Eerst zien en dan geloven

Gepubliceerd op 17 april 2021 om 19:31

Ik loop stage in de Ekklesia Breda waar de online uitzending van 18 april gaat over het verhaal van de ongelovige Tomas. Voor deze uitzending heb ik een korte overweging geschreven met de centrale boodschap: als we niet wegkijken van de ellende van de ander en bereid zijn om zijn kruis te helpen dragen, zal het kwaad nooit het laatste woord hebben.

Alleen in het Johannes Evangelie verschijnt Jezus twee maal aan zijn leerlingen terwijl zij in een afgesloten ruimte bij elkaar zijn. Uit vrees voor het opstandige volk hebben zij de deuren gesloten. Afgezonderd van de wereld verkeren zij in diepe rouw om de dood van hun meester. Jezus toont hen bij zijn eerste verschijning zijn handen en zijn zijde staat in vers 20. De leerlingen zijn vol vreugde. Maar de apostel Tomas was er op dat moment niet bij. Het opgewonden verhaal van de anderen dat zij Jezus hebben gezien, kan hij dan ook niet geloven. Hij wil zelf de tekens van Jezus’ wonden zien en aanraken. Dat gebeurt een week later als Jezus opnieuw, ondanks de gesloten deuren, aan de leerlingen verschijnt. Tomas ziet en gelooft. De uitspraak van Jezus is belangrijk voor het beeld dat men lang van de apostel Tomas had: “Omdat je mij gezien hebt ben je gaan geloven; zalig die niet zien, en geloven!” Het maakt Tomas een beetje een sneu figuur. Eerst zien en dan geloven daar is geen kunst aan. Geloof staat los van tijd en ruimte, van zintuigelijke waarneming. Zo doen we het al 2000 jaar: geloven zonder Hem ooit te hebben gezien.

De schrijver Tomas Halik heeft een heel andere kijk op de houding van de ongelovige Tomas. In zijn boek “Raak de wonden aan” schrijft hij dat Tomas de zin van het paasgebeuren misschien wel beter begrijpt dan de anderen. Tomas is bereid om zijn meester te volgen tot het bittere einde. Met een happy end in de opstanding van Jezus kan hij niet goed uit de voeten. Wat is dan nog de betekenis van het kruis? Hij wil – om met de woorden van Paulus te spreken – het kruis niet tot “een leeg iets maken”. In de wonden van Jezus, worden de wonden van de hele wereld vertegenwoordigd. In zijn lijden uit zich het lijden van de arme, de hongerige, de gekwetste, de gevluchte mens. Wij mogen daarvan niet wegkijken. We moeten het onder ogen zien. Ons erdoor laten raken. Ook al is het lijden op onze wereld groot en zijn haar wonden talrijk, het mag ons niet onverschillig laten. Wij moeten ons erdoor laten bewegen. Wat is anders ons geloof waard? Wat is anders het kruis waard? Misschien, zegt Halik, wil Jezus wel zeggen: “Overal waar mensen lijden, kom je mij tegen. Ontwijk mij bij die ontmoetingen nooit. Wees niet bang! Wees niet langer ongelovig, maar gelovig!”

Twee weken geleden vierden we het Paasfeest. Maar de opstanding van Jezus betekent dus niet “eind goed al goed”. Met het “Halleluja, Hij is verrezen!” begint het allemaal pas. Nu moeten ook wíj opstaan en verder gaan in Zijn naam. Het lijden van de ander dragen. Oog hebben voor de wonden van mensen om ons heen. We moeten het durven: doen als Hij. We moeten het willen: Hem volgen. We moeten het geloven: het kwaad heeft niet het laatste woord.


«